Woningcorporaties mogen hun huren in 2018 gemiddeld met maximaal 2,4 procent verhogen. Voor individuele huurders is een hogere huurstijging mogelijk. De percentages voor de huurstijging werden op 20 december 2017 gepubliceerd in de Staatscourant. De meeste woningcorporaties kozen de afgelopen jaren voor lagere huurverhogingen dan toegestaan.

De maximaal toegestane huurstijging voor individuele huurders hangt af van het inflatiepercentage en het huishoudinkomen. Het inflatiepercentage van 1 december 2016 tot 1 december 2017 is 1,4 procent. Voor huishoudens met een inkomen:
– tot en met 41.056 euro stijgt de huur maximaal 3,9% (de inflatie + opslag van 2,5 procentpunt)
– boven 41.056 euro stijgt de huur maximaal 5,4% (de inflatie + opslag van 4 procentpunt)

Huursombenadering

Sinds 2017 geldt de huursombenadering. Dat betekent dat de gemiddelde huursom voor zelfstandige woningen van corporaties slechts met een beperkt percentage mag stijgen: de inflatie + 1 procent. Het optrekken van de huur na een verhuizing telt daarin mee. Woningcorporaties moeten huurverhogingen boven het gemiddelde dus compenseren met lagere of geen huurverhogingen voor andere huurders. De meeste woningcorporaties kozen in 2017 voor een veel lagere huurverhoging dan maximaal was toegestaan, namelijk gemiddeld 1,1 procent.

Onzelfstandige woonruimte

Voor onzelfstandige woningen, zoals kamers, mag de huur per 1 juli 2018 met maximaal 2,9 procent worden verhoogd. In de Staatscourant staat bij dit type woonruimte een verkeerd percentage: 3,9 procent. Dit wordt in januari gecorrigeerd met een rectificatie.

Bron: Aedes