Zo’n 700.000 Nederlanders hebben problematische schulden, zegt vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren NVVK. Voor deze groep moet er een fonds komen, opperden PvdA en CU in de tweede kamer. Michel van Leeuwen, directeur en gerechtsdeurwaarder bij Flanderijn, vindt dat niet echt een verstandig idee. In De Telegraaf van 25 oktober 2019 verscheen zijn opinie.

In een Kamerdebat over armoede en schulden kwamen PvdA en ChristenUnie onlangs met het idee om een schuldenfonds op te richten. Met dit fonds willen de partijen problematische schulden opkopen en mensen de mogelijkheid geven om de schulden op een verantwoorde manier af te betalen. Dit klinkt sympathiek, maar het leidt af van de vele problemen die er al zijn in de aanpak van probleemschulden. Zo ligt er nog wetgeving te wachten die orde moet scheppen in de chaos rond de beslagvrije voet – het bedrag wat een deurwaarder niet mag inhouden als hij een schuld komt innen. Juist deze wet zorgt ervoor dat mensen met schulden hun vaste lasten kunnen blijven betalen en niet helemaal ten onder gaan wanneer er beslag wordt gelegd op hun inkomen. Het ziet er naar uit dat deze wet nog vier jaar op zich laat wachten.

Daarnaast ligt er een rapport bij minister Dekker (Rechtsbescherming)  met de waardevolle aanbeveling om deurwaarders tegemoet te komen die bij een bezoek aan een schuldenaar niet direct een dagvaarding uitbrengen, maar besluiten dat het logischer is om hem of haar door te verwijzen naar een schuldhulpverlener. In dat geval dan kan de deurwaarder de kosten van het bezoek nergens verhalen. Bij de schuldenaar mag niets in rekening gebracht worden en veel schuldeisers zijn niet bereid hiervoor te betalen. Het uitbrengen van de dagvaarding levert voor een  deurwaarder financieel meer op dan iemand doorverwijzen naar professionele hulpverlening, maar maakt het probleem van de schuldenaar groter. Gelukkig kiezen ik en veel van mijn collega-gerechtsdeurwaarders er dan toch voor om de dagvaarding niet uit te brengen, maar het is wel van belang dat de minister hiervoor met een tarief komt.

Er wordt te veel gewezen naar de schuldenindustrie en te weinig naar de problemen die de overheid zelf creëert. Zij maken het voor mensen met schulden vaak erger.  Verhogingen en boetes toevoegen aan openstaande betalingen bij mensen die al  niet kunnen betalen, is geen oplossing om mensen sneller te laten betalen. Dit is  echter wel een belangrijke oorzaak van probleemschulden. Denk bijvoorbeeld aan allerlei verleende toeslagen die later weer worden teruggevorderd door de overheid.

Landelijk zijn er enorm veel initiatieven om de schuldenproblematiek aan te pakken. Alleen al in Rotterdam zijn er 180 organisaties bezig met schulden en preventie. Ik noem als voorbeeld de voedselbank en het Fonds Bijzondere Noden. Dit fonds handelt direct bij acute financiële noodsituaties. Iedereen ervaart de urgentie dat er iets moet gebeuren, maar het ontbreekt aan coördinatie. Waarom is er geen landelijke coördinatie en hebben niet alle burgers in Nederland recht op dezelfde ondersteuning bij het oplossen van schulden? Samen met de gemeenten Rotterdam, Amsterdam en Den Haag hebben we goede afspraken gemaakt voor bijvoorbeeld het aanmelden van mensen met acute problematische schulden. Binnen enkele dagen na onze melding neemt de gemeente contact op, waardoor we al meerdere woningontruimingen en waterafsluitingen hebben kunnen voorkomen.

Hier kunnen we als land van leren. Daarnaast moeten we ook kijken naar de rol van de overheid als schuldeiser in plaats van zo’n controversieel voorstel als een landelijk schuldenfonds. Wat vindt iemand die wel iedere cent omdraait om al zijn schulden te betalen daarvan?

Bron: De Telegraaf, 25-10-2019 (met toestemming gepubliceerd)

Michel van Leeuwen