De faillissementsaanvraag wordt door ons kantoor en andere incassoadvocaten regelmatig ingezet als incassomiddel. De faillissementsaanvraag is namelijk niet alleen een effectieve maar ook een zeer snelle procedure. Het is feitelijk niets meer dan een verzoekschrift aan de rechtbank van circa twee A4-tjes waarin je de rechtbank kort uitlegt dat een bedrijf de facturen niet betaalt, dat er meerdere schuldeisers zijn en dat de onderneming daarom failliet verklaard moet worden.

Binnen drie weken vindt er dan een zitting plaats bij de rechtbank, waarbij de rechter beoordeelt of de desbetreffende debiteur inderdaad failliet moet worden verklaard of niet. De mondelinge behandeling van de zaak duurt vaak niet langer dan vijf minuten. Wanneer u als bedrijf een faillissementsaanvraag doet, hoeft u hierbij dan ook niet aanwezig te zijn. Uw debiteur wel. Die krijgt namelijk een oproep van de rechtbank om op een bepaalde datum bij de rechtbank te verschijnen, zodat hij gehoord kan worden over het verzoek tot faillietverklaring. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik zou het behoorlijk benauwd krijgen van deze brief. En dat geldt ook voor veel debiteuren. Meestal komt de zaak vanaf die oproep in beweging. Onder druk van een naderend faillissement betalen veel debiteuren alsnog. De faillissementsaanvraag wordt vervolgens ingetrokken. Het doel is dan immers bereikt: de openstaande facturen zijn betaald.

Hoewel de faillissementsaanvraag veelvuldig wordt ingezet en een effectief middel is, bestaan er ook veel misverstanden over de faillissementsaanvraag. In dit artikel behandel ik zes mythes.

Mythe 1: de faillissementsaanvraag is niet bedoeld als incassomiddel

Deze mythe leeft vooral onder debiteuren en hun advocaten. Zij stellen namelijk dat een faillissement van een bedrijf volgens de wet is bedoeld om al het vermogen van dat bedrijf te verdelen onder de schuldeisers. Als je alleen als doel hebt om je eigen vordering betaald te krijgen, maak je misbruik van het recht. De Hoge Raad, het hoogste rechtsorgaan in Nederland, is echter heel duidelijk hierover: de faillissementsaanvraag mag wel degelijk als incassomiddel worden ingezet.

Mythe 2: een incassoadvocaat mag niet dreigen

Volgens advocaten van debiteuren is het in strijd met de wet om te dreigen met een faillissementsaanvraag. Het is uiteraard niet toegestaan dat je zomaar dreigt. En terecht. Je moet de dreiging ook waar kunnen maken. Omdat alleen een advocaat bevoegd is om het faillissement aan te vragen, mag ook alleen een advocaat ermee dreigen. Incassobureaus, deurwaarders en kredietverzekeraars mogen dat dus niet. Maar wij als incassoadvocaat mogen wel degelijk dreigen met een faillissementsaanvraag.

Mythe 3: bij een faillissementsaanvraag ben ik mijn geld kwijt

Dit is wat veel van mijn klanten denken. Wanneer een bedrijf failliet wordt verklaard, is er immers vaak weinig te verdelen. Dus wat levert een faillissementsaanvraag dan op? Hierbij is het belangrijk dat een faillissementsaanvraag niet automatisch betekent dat de rechter het faillissement ook uitspreekt. Het doel is om betaling af te dwingen. De meeste debiteuren willen voorkomen dat hun bedrijf failliet wordt verklaard en zorgen er daarom voor dat het niet zover komt. Voordat de rechter daadwerkelijk het faillissement kan uitspreken, hebben zij vaak al betaald.

Mythe 4: voor een faillissementsaanvraag moet je met z’n tweeën zijn

Deze mythe is misschien wel de meest hardnekkige die ook door velen in stand wordt gehouden. Zelfs door onze eigen overheid, die op de website www.ondernemersplein.nl vermeldt dat er minimaal twee schuldeisers moeten zijn. Maar dat is dus absoluut niet waar! Je mag het faillissement ook namens één partij aanvragen. Sterker nog, ik weet bijna zeker dat dat in 99% van de gevallen zo is. Het misverstand is overigens wel logisch verklaarbaar. Wil je het faillissement daadwerkelijk uitgesproken hebben door de rechtbank, dan moet je minimaal één andere schuldeiser kunnen noemen. Dat vereiste volgt uit de wet dat een faillissement bedoeld is om vermogen te verdelen onder schuldeisers – meervoud. Daar komt de term ‘pluraliteit van schuldeisers’ vandaan. In de praktijk wordt dit vaak een steunvordering genoemd.

Mythe 5: de steunvordering moet de faillissementsaanvraag ondersteunen

Ook dat is niet waar. Vaak is degene die als steunvordering genoemd wordt hier niet eens van op de hoogte. Hij hoeft het faillissementsverzoek dus zeker niet actief te steunen. Het werkt vaak juist andersom. Sommige partijen die wij benaderen voor informatie over een debiteur, verbieden ons om hun naam te noemen tijdens de mondelinge behandeling van het faillissementsverzoek. Bijvoorbeeld omdat zij al een betalingsregeling hebben lopen bij die debiteur.

Mythe 6: OK, maar bij een faillietverklaring ben ik mijn geld wel echt kwijt

Wat als de faillissementsaanvraag niet het gewenste effect heeft en mijn debiteur zich gewoon failliet laat verklaren? Dan ben ik niet alleen mijn geld kwijt, maar heb ik ook extra kosten gemaakt, zo stellen sommige klanten. En inderdaad, als de faillissementsaanvraag niet tot betaling leidt en het faillissement wordt uitgesproken, is de kans groot dat je vordering op de grote hoop gaat. De fiscus krijgt als preferente crediteur voorrang en voor jouw bedrijf blijft er niets over. Na een paar maanden krijg je dan het bericht dat je de vordering officieel mag afboeken…

Maar wat veel klanten niet weten, is dat de kosten voor het aanvragen van een faillissement hoog preferent zijn. Dat betekent dat jouw kosten in de rangorde direct na de fiscus en de curator komen, zodat de kans groot is dat jouw kosten wel degelijk worden betaald. Bovendien komt het toch echt regelmatig voor dat een debiteur in hoger beroep gaat tegen het uitgesproken faillissement. Sommige eigenwijze debiteuren kunnen namelijk prima de openstaande factuur betalen, maar denken dat het toch nooit tot een faillietverklaring zal komen. Wanneer dat vervolgens wel gebeurt, wordt de openstaande factuur alsnog betaald en wordt het faillissement teruggedraaid.

Bron: VVCM, De Credit Manager, 4e editie 2018