Negatieve trend belemmert handelsrelaties Nederlandse bedrijven met Oost-Europa.

De cashflow van bedrijven in Oost-Europa is in 2012 door de economische malaise in de eurozone verder onder druk komen te staan. Uit de Atradius Betalingsbarometer voor Oost-Europa blijkt dat de waarde van onbetaalde facturen steeg tot gemiddeld 3 procent van de totale waarde. Oost-Europese bedrijven worstelen met de vraag hoe lang ze voldoende cashflow kunnen aanhouden. Deze neerwaartse trend – in combinatie met de dalende vraag naar producten en diensten – is een ernstige bedreiging voor de groei van Oost-Europese bedrijven en zorgt voor een toename van het aantal faillissementen. Bovendien zet het een rem op de handel met Nederlandse bedrijven, waarvoor met name Polen een belangrijke handelspartner is.

 Het onderzoek van Atradius is onderdeel van een reeks. Zo zijn op 29 mei de bevindingen voor West-Europa – waaronder Nederland – gepubliceerd. Aan dit onderzoek namen 820 bedrijven uit vier Oost-Europese landen – Tsjechië, Hongarije, Polen en Slowakije, de zogeheten Visegrad Group of V4 – deel. Deze landen worden hard getroffen door de negatieve gevolgen van de recessie in de eurozone. Zo worden zij geconfronteerd met een scherpe stijging van de gemiddelde waarde van achterstallige facturen – vooral bij export – van 3,6 procent in 2012 naar 4,7 procent in 2013. Door de grotere betalingsachterstand stijgt ook de waarde van facturen die als oninbaar worden afgeschreven. De gemiddelde waarde van afgeschreven facturen aan buitenlandse klanten steeg met 44,4 procent tot 2,6 procent. Voor binnenlandse klanten is een stijging genoteerd van 38,5 procent tot 3,6 procent. De beperkte beschikbaarheid van financiële middelen is net als in 2012 de belangrijkste oorzaak van deze betalingsachterstanden. Dit geldt het meest voor Hongarije als het gaat om binnenlandse facturen (88,2 procent) en voor Slowakije voor facturen aan buitenlandse afnemers (68,3 procent).

Scherp dalende vraag zorgwekkend

De stijging van het aantal facturen die ruim 90 dagen achterstallig zijn en de groei van het aantal wanbetalingen beperken de bewegingsvrijheid van ondernemers. De meeste Oost-Europese bedrijven beschouwen de dalende vraag naar producten en diensten en het aanhouden van voldoende grote cashflow als het grootste obstakel voor hun groei en winstgevendheid. Vooral Slowaakse respondenten (48,5 procent) zijn bezorgd om hun cashflow. 39 procent van de Poolse ondernemers vindt de dalende vraag naar producten en diensten zorgwekkend. Polen is een belangrijke handelspartner van Nederland. Het land staat op een zevende plaats in de ranglijst van belangrijkste exportbestemmingen in de Europese Unie.[1] Voor import is Nederland voor Polen het op twee na belangrijkste land.[2] Het uitblijvende economisch herstel in Nederland en de rest van de eurozone heeft zo indirect negatieve gevolgen voor de handelsrelaties in Oost-Europa.

Duurzame verbetering betaalgedrag niet eerder dan tweede helft 2014

“De kwakkelende economieën in de eurozone zorgen voor meer betalingsachterstanden in Oost-Europa. Steeds meer rekeningen blijven onbetaald, vooral bij bedrijven die afhankelijk zijn van export naar economisch zwakke landen”, vertelt Tom Kaars Sijpesteijn, algemeen directeur van Atradius Nederland. “Naar verwachting is de positieve impact van een economische opleving later dit jaar slechts beperkt. Het ziet ernaar uit dat het betaalgedrag pas in de tweede helft van 2014 of in 2015 duurzaam verbetert. Een strak beheer van het kredietrisico en een solide bescherming tegen wanbetaling zijn dan ook een voorwaarde voor de financiële gezondheid van ondernemingen.”

Bron: www.creditexpo.nl