De Credit Managers’ Index (CMI) laat in april een stijging zien, deze score is echter een façade waarachter problemen schuilgaan die serieus moeten worden genomen. De score (55,7) is met 0,7 punten gestegen ten opzichte van vorige maand (55,0). De ongunstige factoren maken echter een flinke duikeling, deze index is met maar liefst 16% gedaald naar een schamele 46,6.

Voor een dergelijke lage score moeten we bijna twee jaar terug in de tijd. De boosdoeners zijn deze maand te vinden onder de debiteuren die later zijn gaan betalen maar ook, en dat is zorgelijker, onder de debiteuren die helemaal niet betalen waardoor vorderingen oninbaar moeten worden afgeboekt. Ook is april een maand waarin het aantal klagende debiteuren flink is toegenomen. Deze index vertelt ons niet wat daar de oorzaak van is maar laat een te groot verschil zien om te veronderstellen dat deze klagers een terecht probleem opwerpen. Kortom de credit manager heeft zijn of haar handen vol aan het oplossen van zogenaamde problemen. Gelukkig staat daar deze maand tegenover dat de positieve factoren flink in de lift zitten. Al deze deelindices scoren boven de 65 en houden de CMI als geheel aan de positieve kant van de groeischaal. Een steekproef onder de deelnemers leert dat men verwacht dat de huidige situatie een tijdelijke is, men maakt zich dus (nog) geen zorgen maar men houdt het nauwlettend in de gaten.

De Credit Managers’ Index (CMI), deze maand voor de 52e keer uitgegeven in Nederland, wordt samengesteld aan de hand van tien indicatoren die door een representatieve groep credit managers maandelijks wordt ingegeven. De Credit Managers’ Index (CMI) is naast de Inkopers index (PMI) in de Verenigde Staten al sinds 2003 en in Nederland sinds januari 2011 een belangrijk indexcijfer waarmee economische trends kunnen worden waargenomen. In dit geval vanuit credit management optiek waarbij indicatoren als omzet, nieuwe klanten, verstrekte kredietlimiet, geïncasseerd bedrag, kredietafwijzingen, vorderingen naar 3e partijen, klachten, vervallen saldo, afschrijvingen en faillissementen aan de basis staan voor het bepalen van het indexcijfer. De gecombineerde uitkomst geeft aan hoe positief of negatief de Nederlandse credit manager ten aanzien van deze factoren is.

De gecombineerde Nederlandse CMI voor maart 2015 komt uit op 55,7 (een uitkomst hoger dan 50 indiceert een groeiende economie, lager dan 50 indiceert een krimpende economie). De gunstige factoren zijn gezamenlijk gestegen van 54,7 naar 69,4 een stevige verbetering van 27%. De omzetindex steeg het hardst met 43% naar 75,9. Ook het aantal nieuw klanten toegenomen, deze index stijgt van 53,1 naar 66,7. De ongunstige factoren zijn gezamenlijk flink verslechterd. Het betaalgedrag en de gevolgen daarvan hebben daar het meeste aan bijgedragen.

De index voor het aantal problematische schulden is wel gedaald maar staat met 53,7 nog positief. Dit is ook herkenbaar in het aantal faillissementen dat in april is uitgesproken 666 stuks (bron: www.faillissementen.com), 5% minder dan vorige maand. Het jaargemiddelde van het aantal faillissementen per maand ligt met 650 stuks ten opzichte van vorig jaar 7% lager.

Zet deze trend zich voort dan kan rekening worden gehouden met 500 tot 1.000 minder faillissementen. Vooralsnog staan ook alle andere signalen nog op groen, de credit manager dient echter wel aandacht te schenken aan het verslechterde gedrag om de cashflow op peil te houden.

Het volledige rapport van deze CMI kunt u opvragen via: www.cm-benchmark.nl

Bron: www.ultimoo.nl