Mooie cijfers waren het, die minister Wopke Hoekstra gisteren uit zijn koffertje toverde. Maar al zien de vooruitzichten voor 2019 er goed uit, het draait in de Miljoenennota natuurlijk vooral om de plannen die op de langere termijn de toekomst van Nederland bepalen. En of die plannen wel goed genoeg zijn.

Het is de eerste echte rijksbegroting van kabinet-Rutte III en waarschijnlijk ook de belangrijkste. Immers, begin volgend jaar zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten. Dat betekent dat ook de samenstelling van de Eerste Kamer gaat veranderen en de coalitie zijn krappe meerderheid kan verliezen. Snel doorpakken is dus het devies voor Rutte. Is dat gelukt? En heeft het kabinet ook een beetje oog voor ondernemers?

Dit zijn voor ondernemers de 3 hoogtepunten uit de begroting:

#1. De rijksbegroting ligt er keurig bij

Het moet gezegd worden: de begroting voor 2019 is dik in orde. Minister van Financiën Wopke Hoekstra kan een ruim overschot op de begroting inboeken: 1,0 procent van het bbp. Bovendien daalt de overheidsschuld al in 2019 tot onder de 50 procent. De Nederlandse economie staat er sowieso goed voor. Voor 95 procent van de huishoudens neemt de koopkracht toe, zo bracht het kabinet al ruim voor Prinsjesdag naar buiten. Goed nieuws dus, waar overigens niet bij werd gemeld dat dit vooral te danken is aan de loonontwikkeling en minder aan lastenverlichting.

Ook goed nieuws is dat het kabinet zijn beloftes uit het regeerakkoord waarmaakt om extra te investeren in onderwijs, onderzoek en innovatie (1,9 miljard), defensie (1,2 miljard), veiligheid (0,5 miljard) en infrastructuur (1.0 miljard). Ook wordt gebruik gemaakt van de huidige hoogconjunctuur om extra geld vrij te maken om de lagere gasbaten op te vangen en om de mankracht bij Douane en keuringsdiensten (92 miljoen) op te voeren met het oog op de naderende Brexit.

#2. Op termijn daling van de lasten voor burgers en bedrijven

Ook de in het regeerakkoord aangekondigde lastenverlichting is terug te zien in de begroting, maar wel pas op de langere termijn. Per saldo gaan de lasten in 2019 nog omhoog. Pas vanaf 2020 is sprake van geleidelijke daling van de lasten. Voor burgers en zelfstandigen is het goed nieuws dat de inkomstenbelasting voor het eerst weer structureel omlaag gaat. Door de verlaging van de vennootschapsbelasting met 0,7 procentpunt in het hoge tarief en 1 procentpunt in het lage tarief dalen ook de lasten voor ondernemers eindelijk structureel. Gelukkig is een aantal dreigende lastenverzwaringen voor kleine en middelgrote bedrijven voorkomen. Ook de verruiming van de werkkostenregeling voor kleine werkgevers is goed nieuws. Wel jammer is dat het kabinet een aantal lastenverlichtingen niet naar voren heeft gehaald in de tijd, zoals werkgevers eerder hadden bepleit. Dat was belangrijk voor binnenlandse bedrijven die te maken krijgen met de hogere btw in het laagste tarief (van 6 naar 9 procent). Het kabinet had op die manier voor iedereen nog beter voelbaar kunnen maken dat werken en ondernemen loont.

#3. Het vestigingsklimaat wordt niet vergeten

Goed nieuws is dat voor beursgenoteerde bedrijven de dividendbelasting vervalt. Dit is een impuls voor het Nederlandse beursklimaat: de kapitaalkosten voor de bedrijven worden verlaagd en alle Nederlandse beursfondsen (van AEX tot smallcap) worden daarmee aantrekkelijker voor investeerders. Dit maakt Nederland, als kleine kapitaalmarkt, aantrekkelijker. Overigens was de kans groot geweest dat deze belasting door alle rechtszaken, of mogelijk vertrek van hoofdkantoren, anders toch zou opdrogen.

Helaas slaat Nederland wel een modderfiguur door niet te zorgen voor een overgangsregeling voor de 30-procentsregeling voor expats. Deze fiscale maatregel is in 1964 in het leven geroepen als vergoeding voor de extra kosten die buitenlandse werknemers maken om in Nederland te kunnen werken en wonen. Het kabinet gaat de looptijd waarin expats van dit belastingvoordeel kunnen genieten – ook voor de huidige expats dus – terugbrengen van acht naar vijf jaar. Dit schaadt de betrouwbaarheid van het Nederlandse vestigingsklimaat. Juist in deze tijden van personeelskrapte is dit echt een gemiste kans.

Dit zijn voor ondernemers de 3 dieptepunten uit de begroting:

#1. De familiebedrijven komen er bekaaid vanaf

Directeuren-aandeelhouders betalen over de winst na vennootschapsbelasting ook nog inkomstenbelasting in box 2. Het kabinet verhoogt de belasting in box 2 voor directeuren-grootaandeelhouders van 25 naar 26,9 procent. Dit is weliswaar minder dan het oorspronkelijke plan om de belasting te verhogen naar 28,5 procent, maar het blijft buitengewoon schadelijk voor familiebedrijven. De hele box 2-verhoging moet alsnog van tafel worden gehaald, stellen werkgevers. Op die manier wordt voorkomen dat ondernemers geld uit de onderneming gaan trekken, waardoor er minder investeringsruimte over blijft. Dat is een slechte zaak aangezien familiebedrijven een belangrijke pijler zijn onder de Nederlandse economie.

#2. Onbegrijpelijke bezuiniging op praktijkleren

Zoals eerder al aangekondigd zijn de bezuinigingen op het praktijkleren (BBL) voor 2019 fors teruggeschroefd. Maar nog altijd wil het kabinet 10 tot 20 procent bezuinigen op de subsidies voor bedrijven die mbo-leerlingen opleiden in hun bedrijf. Een onbegrijpelijk maatregel als je kijkt naar de ambitie van werkgevers, vakbonden én het kabinet om leven lang leren beter van de grond te krijgen. Juist voor groepen die minder makkelijk de schoolbanken opzoeken is praktijkleren een uitkomst. Ook gezien de stijging van het aantal bbl-bedrijven moet er juist geld bij in plaats van er nu op te beknibbelen.

boekhoudkundig is de begroting een pronkstuk: nu graag een ondernemend vervolg

#3. Zonder échte investeringen loopt Nederland vast

Nederland loopt tegen zijn capaciteitsgrenzen aan, en dat tast op de lange termijn het groeivermogen aan. Ja, het kabinet doet extra investeringen, waarvoor lof. Maar er is nog veel meer nodig om Nederland klaar te maken voor de mondiale concurrentiestrijd en het vastlopen van de woningmarkt, de arbeidsmarkt, het openbaar vervoer en andere infrastructuur te voorkomen. Dat kán ook als het Rijk slimmer gebruik gaat maken van private financiering, bijvoorbeeld als het gaat om grote projecten. De overheid kan hiervoor de juiste condities creëren met bijvoorbeeld betere regelgeving, deelname in projecten (ov-systemen, warmtenetten, et cetera) of onrendabele topsubsidies. Ook voor het slagen van het klimaatakkoord is een dergelijke aanpak essentieel vanwege de gigantische investeringen die nodig zijn.

Oftewel: boekhoudkundig is de rijksbegroting een pronkstuk. Nu alleen nog zorgen voor een ondernemend vervolg, zodat de economie niet vastloopt op termijn.

Bron: VNO-NCW