Om de hoge energierekeningen te dempen heeft de Europese Commissie op 6 oktober besloten tijdelijk de hoge extra winsten van elektriciteitsproducenten te heffen, als gevolg van de uitzonderlijk hoge energieprijzen. Dit geld wordt geïnvesteerd in het betaalbaarder maken van de energierekening voor huishoudens en bedrijven. Voor Nederland wordt hiermee een deel van het prijsplafond gefinancierd. Deze zogeheten ‘inframarginale heffing’ verplicht Europese lidstaten om vanaf 1 december 7 maanden lang de opbrengsten van elektriciteitsproducenten te plafonneren. De opbrengst van de heffing is geschat op € 1,8 mld, maar het bedrag is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs in die periode.

Minister Rob Jetten: “Met de Europese lidstaten is deze heffing bedacht om de verlaging van de energierekeningen gedeeltelijk te kunnen financieren. Door de snelle totstandkoming van de Europese verordening en de datum dat de heffing van kracht wordt, moet er heel veel geregeld worden in korte tijd. Daarom kies ik ervoor met terugwerkende kracht de heffing in te zetten.”

Staatssecretaris Marnix van Rij (Belastingdienst): “De afgelopen tijd hebben we gezocht naar de meest efficiënte manier om deze inframarginale heffing in te voeren. Daar is deze samenwerking van de Nederlandse Emissieautoriteit, de Belastingdienst en de ACM het resultaat van. De opbrengsten dragen bij aan het betaalbaarder maken van de energierekening voor burgers en bedrijven.”

Plafond

Nederland zet het plafond op €130 per MWh, uitgezonderd projecten met een subsidie die hierboven ligt, daarvoor geldt de hoogte van de subsidie. De heffing geldt voor producenten die een productievermogen vanaf 1 MW hebben. Dit komt overeen met ongeveer 3.000 zonnepanelen of één grote windmolen. Naar verwachting zullen zo’n 1.500 productie-installaties onder de heffing komen te vallen. Ten tijde van de geplande investeringen was de marktprijs tussen €40 en €70 MWh, waardoor er met een plafond van €130 MWh nog steeds een goede winstmarge te behalen valt voor de elektriciteitsproducenten.

De heffing gaat in per 1 december 2022. Omdat dit verplichte plafond niet aansluit bij bestaande wetgeving, wordt gewerkt aan een voorstel voor een zelfstandige uitvoeringswet. Dit betekent dat wanneer de wet af is, de wet terug moet werken tot 1 december 2022. Verwacht wordt dat een voorstel voor de wet in het voorjaar van 2023 bij de Tweede Kamer wordt ingediend. De komende tijd wordt het wetsvoorstel verder uitgewerkt en blijven wij met brancheorganisaties in gesprek om tot een zo goed mogelijke uitvoering van deze heffing te komen. We houden hierbij rekening met de continue veranderende omstandigheden en het beperkte tijdsbestek voor implementatie.

Biomassa en kolencentrales

Voor elektriciteitsopwekking uit biomassa geldt vanwege de hogere biomassaprijzen een plafond van €240 per MWh. En voor kolencentrales geldt een flexibel plafond. Zolang de kolen- en ETS-prijzen laag zijn, is het plafond gelijk aan de heffing voor alle elektriciteitsproducenten. Echter, wanneer de kosten voor kolen- en ETS-prijzen hoog zijn, is het plafond voor kolencentrales hoger. Zo voorkomen we dat de kolencentrales als gevolg van deze tijdelijke heffing stoppen met produceren. Dit zou haaks staan op het recente besluit om de productiebeperking in te trekken.

Uitvoering

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en de Belastingdienst zullen samen de heffing uitvoeren, met een adviserende rol van de ACM. De NEa is verantwoordelijk voor het inhoudelijke deel en voor het toezicht en controleert of alle partijen aangifte hebben gedaan. De belastingdienst is verantwoordelijk voor het innen van het geld. De heffing zal voldaan worden via aangifte. Dit betekent dat de partijen zelf moeten berekenen of, en zo ja, hoeveel belasting zij schuldig zijn.

Bron: Rijksoverheid