Er wordt te makkelijk gedaan over faillissementen. Hoewel het taboe in Nederland groter is dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten waar een ondernemer pas meetelt als hij minstens één keer over de kop is gegaan, is failliet gaan een ramp waar absoluut niet te lichtzinnig over gedaan mag worden. Dat zegt Arnold van der Voort, voorzitter van de stichting Stidag die opkomt voor de belangen van ondernemers die in de problemen zitten.
"Een faillissement is heel erg. 82 procent van de huwelijken van failliete ondernemers strandt. 1 procent van de ondernemers probeert zichzelf wat aan te doen. We doen wel alsof het allemaal niet zo erg is, maar ondertussen…" Van der Voort is dan ook niet te spreken over programma's die spartelende ondernemers helpen het hoofd boven water te houden. Van der Voort, die zelf zakelijk failliet ging in 1999 omdat hij tijdens een ziekenhuisopname werd bestolen en door de faillissementswet geen tijd had zijn problemen op te lossen, ziet geen positieve kanten aan een faillissement.

"Acht van de tien keer gaan ondernemers behalve zakelijk ook privé failliet. Slechts 7 procent van de mensen die over de kop gaat begint overnieuw. Je kan in Nederland in principe maar vijf jaar achtervolgd worden voor je schulden. Maar na die vijf jaar mogen schuldeisers gewoon weer opnieuw beginnen, dus eigenlijk heb je de deurwaarder een leven lang achter je aan."

Volgens Van der Voort en Stidag, waar jaarlijks 24.000 hulpvragen binnenkomen, zou een proeve van bekwaamheid voor ondernemers dan ook welkom zijn. "Ik ben een warm pleitbezorger van het middenstandsdiploma zoals dat er was, of een ander bewijs dat je zaken kunt doen."

Bron: Metronieuws.nl