Half juni debatteerde de Kamer over de initiatiefnota van D66-Kamerlid Hülya Kat. In haar nota schetst ze hoe schuldhulpverlening volgens haar eenvoudiger georganiseerd kan worden. Gisteren stemde de Kamer over moties die ingebracht werden tijdens het overleg over de nota. Tijdens het debat werd de initiatiefnota ‘Sneller uit de schulden’ besproken. Vanuit verschillende invalshoeken werd gekeken naar de brede schuldenbranche.

Motie ‘Bredere rol gerechtsdeurwaarder ‘

CDA-Kamerlid Hilde Palland vroeg de regering in een motie een pilot op te zetten die nagaat of de gerechtsdeurwaarder een bredere rol kan krijgen dan alleen invorderen. De motie schetst dat de deurwaarder ook een rol kan krijgen bij vroegsignalering en ‘coördineren om frustrerende beslagleggingen te voorkomen’. Voor deze taak zou een sociaal tarief moeten gelden. De motie werd aangenomen.

De  NVVK heeft reserves bij deze denklijn. Wanneer een deurwaarder betrokken is, is het stadium van ‘vroegsignalering’ reeds gepasseerd. Vroegsignalering gebeurt wat de NVVK betreft door de primaire schuldeisers en in het uiterste geval het incassobureau. Het ‘eerder vinden’ van hulpvragers verdient wat de NVVK betreft meer aandacht.

De pilot moet zo snel mogelijk starten, want het voornemen is om er in het eerste kwartaal van 2024 over te rapporteren. De NVVK is benieuwd hoe de pilot vorm krijgt en is daar graag bij betrokken om vroegsignalering en de verdere doorgeleiding naar schuldhulpverlening in goede banen te leiden.

Motie ‘Preferente positie inzetten om tot akkoord te komen’

VVD-Kamerlid Daan de Kort diende een motie in rond de preferente positie van de overheid bij schuldregelingen. De Rekenkamer opperde in een recent rapport dat de overheid die positie kan inzetten bij andere betrokken schuldeisers om schuldregelingen sneller tot stand te laten komen. De Kort vraagt in de motie te onderzoeken hoe dit vorm kan krijgen, ‘teneinde prijzige gerechtelijke procedures en verdere problematische scenario’s voor de schuldenaar’ te voorkomen. Deze motie is aangenomen.

‘Piept en kraakt bij gemeenten’

Het Kamerlid Léon de Jong (PVV) was bezorgd over de positie van gemeenten. Daar ‘piept en kraakt de uitvoering’, aldus de PVV. De Jong haalde een brief aan van Divosa waarin wordt aangegeven dat 40% van de gemeenten zich zorgen maakt over de uitvoeringspraktijk in het sociaal domein.

De PvdA vroeg zich af waarom niet elke gemeente is aangesloten op het Waarborgfonds saneringskredieten. Minister Schouten gaf aan dat het Waarborgfonds juist bedoeld is voor gemeenten die nog geen saneringskredieten verstrekten. Wat de minister betreft heeft het Waarborgfonds nu al bewezen succesvol te zijn.

Motie ‘Tweederde akkoord? Dan is er een regeling’

Naar aanleiding van punt 1 van haar notitie stelde Hülya Kat samen met haar fractiegenoot Romke de Jong een motie op om te onderzoeken of gemeenten de mogelijkheid kunnen krijgen om een schuldregeling bindend te maken als tweederde van de schuldeisers akkoord is. Hier gaat de minister nu onderzoek naar doen. De motie werd in het debat nog breder voorgesteld maar is richting de stemming aangepast en afgezwakt naar een onderzoek. De motie werd aangenomen, dat onderzoek gaat er nu dus komen.

Minister wacht liever op wet ‘Verplichte reactietermijn’

Minister Schouten gaf tijdens het debat aan dat de voorgenomen wet inzake de verplichte reactietermijn wat haar betreft voor schuldeisers sneller resultaat geeft. Wanneer de reactietermijn verstreken is, kunnen gemeenten via een dwangakkoord snel resultaat bereiken. Op zich is dit een correcte redenering van de minister. Het probleem is alleen dat de wet al heel lang aangekondigd wordt maar nog steeds niet ter consultatie is voorgelegd.

Motie ‘Kwaliteitseisen schuldhulpverlening’

Kat en De Jong stelden ook een motie op waarin ze de regering vragen om kwaliteitseisen voor schuldhulpverlening verder uit te werken. In die kwaliteitseisen moet, wat Kat en de Jong betreft, tenminste het volgende opgenomen zijn:

  1. welke inspanningsverplichting geldt er voor mensen met schulden tijdens het aflossen?
  2. welke vermogensbestanddelen worden geliquideerd en door wie?
  3. hoe worden de opbrengsten verdeeld?
  4. welke nazorg moet door gemeenten geboden worden?
  5. hoe ziet de bezwaarprocedure bij de gemeente eruit? Wat is de positie van de regisseur?

Ook over deze motie was minister Schouten minder enthousiast. Zij kan gemeenten niet zo makkelijk een opdracht geven, vanwege de lokale beleidsvrijheid. Dit zou dan in een wet moeten, en dat is een tijdrovend proces. De motie is uiteindelijk niet in stemming gebracht.

De NVVK deelt de wens van D66 om landelijke kwaliteitseisen. Tegelijk wordt gedacht dat goede afspraken over de ondergrens van dienstverlening op de korte termijn meer opleveren voor de hulpvragers.

Bron: NVVK