Deloitte publiceerde recent de derde editie van het jaarlijks onderzoek naar de financiële gezondheid van Nederlandse huishoudens.

Opvallendste conclusies voor Deloitte-partner Peter van Loon: 4 op de 10 respondenten praat nooit met anderen over geldzaken en bijna 70 procent wil problemen het liefst zelf oplossen. ‘En als ze hulp zoeken, vragen ze die aan familie of vrienden. Banken, werkgevers en de overheid scoren op dat punt laag. Terwijl juist die partijen een grote rol kunnen spelen in onze financiële gezondheid’, stelt hij.

Nibud-directeur Arjan Vliegenthart ziet in het onderzoek dat financiële óngezondheid wijder verspreid is dan we vaak denken. ‘We moeten die ongezondheid niet versmallen tot acute problemen, we moeten breed kijken en een land zijn dat in staat is om geldproblemen structureel aan te pakken.’

Vooruitlopend op het Nibud congres op 9 april doen Van Loon en Vliegenthart uit de doeken wat in de nabije toekomst nodig is om financiële gezondheid voor iedereen bereikbaar te maken.

Drijfveren

Peter van Loon is partner Financial Services en werkt al bijna 20 jaar bij Deloitte. In de loop van de tijd heeft hij geldproblemen en financiële gezondheid in de volle breedte steeds hoger op de agenda kunnen zetten. ‘In mijn jeugd heb ik gezien hoe groot de impact van financiële ongezondheid kan zijn. De onzekerheid, schaamte, onvoorspelbaarheid en onveiligheid als gevolg daarvan heb ik ervaren doordat ziekte ons gezin hard raakte. Ik vind: als je dat allemaal voor anderen kan verminderen, verlagen of voorkomen, dan moet je dat doen. Voor mij persoonlijk is dat een hele belangrijke drijfveer om te streven naar financiële gezondheid voor elk huishouden.’

Arjan Vliegenthart is ruim 5 jaar directeur van het Nibud. ‘In die 5 jaar is er ontzettend veel veranderd en hebben we ook financieel veel onzekere momenten gekend. Op sommige terreinen neemt ook de onzekerheid toe: denk aan de flexibilisering van de arbeidsmarkt of het nieuwe pensioenstelsel waarin mensen zelf meer keuzes moeten maken. Ik denk niet dat we voor alles een oplossing zullen hebben, maar we kunnen wel iets bedenken waarmee we grip krijgen op die onzekerheid. Om met Eberhard van der Laan – de burgemeester onder wie ik wethouder was – te spreken: Grote maatschappelijke problemen hebben misschien geen oplossing, maar wel een aanpak.’

Waarde financiële gezondheid

‘In de definitie van financiële gezondheid zit geen waardeoordeel. Er zijn mensen die ogenschijnlijk financieel gezond zijn, maar wel makkelijk in armoede kunnen komen. En ik wil armoede niet romantiseren want romantisch is het zeker niet, maar er zijn mensen met een heel laag inkomen die financieel heel gezond zijn. Financiële gezondheid zegt in die zin niets over inkomen’, zegt Van Loon. ‘Het gaat er ook om dat geldzaken bespreekbaar moeten zijn. Mensen kunnen leren door het erover te hebben. Door te praten over ambities en hoe die haalbaar worden. Maar ook over of ze in staat zijn om schokken op te vangen. En als dat niet lukt, dat er effectieve hulp beschikbaar is zodat het leed zo kort mogelijk duurt.’

“Financiële gezondheid gaat over de weerbaarheid die je op individueel niveau hebt.” Arjan Vliegenthart, directeur Nibud

Financiële gezondheid wil dus niet zeggen dat je arm bent als je financieel niet gezond bent. Of rijk als je financieel gezond bent. Vliegenthart: ‘Armoede ondervind je aan den lijve, financiële gezondheid laat zien dat je ook iets onder de leden kunt hebben. Dat je nog heel goed functioneert, maar dat je door het ijs kunt zakken als er iets gebeurt. Het legt de onderliggende kwetsbaarheid van huishoudens bloot. Dat is een fundamenteel verschil. Financiële gezondheid gaat over de weerbaarheid die je op individueel niveau hebt om met bepaalde gebeurtenissen om te gaan. En geeft antwoord op de vraag of je daar doorheen kunt komen zonder in de armoede te raken.’

Weerbaarheid

Het onderzoek van Deloitte liet zien dat het aandeel financieel kwetsbare en financieel ongezonde huishoudens sinds vorig jaar met 7 procent is gedaald, van 60 naar 53 procent. Het gaat dus ietsje beter. ‘We zijn er echter nog lang niet. En we zullen het nooit voor iedereen kunnen veranderen, maar als maatschappij moeten we onze weerbaarheid wel echt vergroten’, aldus Van Loon. ‘Er verandert veel en dat vraagt veel’, bevestigt Vliegenthart. ‘De arbeidsmarkt, het pensioenstelsel en wat denk je van de energietransitie? We zullen een balans moeten vinden. Hoeveel onzekerheid beleg je op microniveau, dus bij mensen zelf? En hoeveel ligt er op macroniveau, dus in de manier waarop je zaken alvast kunt regelen? Dat vraagt om een omgeving waarin schulden bespreekbaar zijn, maar ook een omgeving waarin mensen zelf in staat zijn om te doen wat ze moeten doen.’

“Je moet zelf kunnen werken aan je financiële gezondheid.” Peter van Loon, partner Deloitte

Benodigd instrument hiervoor is onder meer het vergroten van de financiële vaardigheden van alle Nederlanders. Van Loon: ‘Kinderen, jongeren moeten zich bewust zijn van hoe financiën werken. Hoe zit het met inkomsten, met uitgaven? Dat geldt ook voor andere kwetsbare groepen en mensen die ouder worden en voor wie de digitalisering te snel gaat. Je moet zelf kunnen werken aan je financiële gezondheid. Mensen vinden dat niet altijd leuk, maar het is wel relevant. Normaliseer daarom dat gesprek over financiën. Wat wil je bereiken, waar kom je problemen tegen en wat heb je nodig om die op te lossen?’

Verantwoordelijkheid

Deloitte is vertegenwoordigd in de Nationale Coalitie Financiële Gezondheid, waaraan werkgevers, maar ook banken, verzekeraars en overheden deelnemen. ‘Deze coalitie kan veel betekenen. Het gaat mij erom wie er het dichtst bij zit om mensen financieel gezond te maken. Banken zitten daar bijvoorbeeld dichtbij. Verzekeraars, pensioenfondsen. Je wil dat iemand met jou nadenkt over hoe jij je leven financieel gaat inrichten en hoe je daarbij ondersteund kan worden’, zegt Van Loon.

Vliegenthart knikt instemmend. ‘Als samenleving hebben we de financiële sector aangewezen om daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Daarom werden ze tijdens de hypotheekcrisis/bankencrisis fors met collectief geld ondersteund. We mogen ze er daarom op aanspreken om hun rol van financieel begeleider echt te pakken.’

Een andere belangrijke rol is er voor werkgevers. ‘Het Nibud heeft bijvoorbeeld voor schoonmaakbedrijf CSU een tool ontwikkeld waarmee medewerkers de financiële gevolgen van meer of minder werken direct kunnen zien’, vertelt Vliegenthart. ‘Dat dient de werkgever die met z’n handen in het haar zit omdat er niet genoeg mensuren voor al het werk zijn en het dient de werknemer die met meer geld beter rond kan komen. Want meer werken loont over het algemeen altijd. Deze werkgever realiseert zich dat het met iedereen beter gaat als het met de medewerkers beter gaat.’

Financieel welzijn

Van Loon is het met Vliegenthart eens, maar gaat nog een stapje verder. ‘Banken zouden eigenlijk niet meer moeten concurreren op producten, maar op financieel welzijn. Financiële gezondheid moet voorop komen te staan. Met alle digitalisering en technologische ontwikkelingen moet het toch mogelijk zijn om alle mensen nog veel beter dan nu te faciliteren bij het in balans houden van inkomsten en uitgaven?’

Van Loon: ‘Dat betekent dat er vertrouwen moet zijn, mensen zullen in alle veiligheid hun gegevens op tafel moeten kunnen leggen om zich te kunnen laten helpen. Kritische vragen over het uitwisselen van die gegevens zullen beantwoord moeten worden. Een deel van de mensen zal daar bang voor zijn. En terecht want je mag je autonomie als consument niet kwijtraken. Maar ik hoop dat het hierheen zal gaan. De discussie hierover moet de komende jaren plaatsvinden.’

“We hebben een raamwerk neergezet waar de samenleving mee aan de slag kan.” Arjan Vliegenthart, directeur Nibud

Van Loon vindt het Nibud in de manier van werken. ‘Dat vind ik het mooie van het Nibud’, zegt hij. ‘Bij jullie gaat het over iedereen. Dat is voor mij fundamenteel. We hebben elkaar kunnen versterken in het agenderen van dit thema. Op die beweging kunnen we trots zijn.’ Vliegenthart sluit af: ‘Zoekend en struikelend krijgen we grip op de materie. We hebben een raamwerk neergezet waar de samenleving mee aan de slag kan. Dat is de meeropbrengst van het onderzoek dat jullie vorige week presenteerden en waar wij met onze expertise aan konden bijdragen.’

Bron: NIBUD