Het beschikbaar inkomen van huishoudens is voor het vierde jaar op rij gedaald.

De daling kwam in 2011 evenals in 2010 uit op 0,4 procent. Hierbij is gecorrigeerd voor inflatie.
De daling van het beschikbaar inkomen komt voor een belangrijk deel doordat de stijging van de looninkomsten van 1,8 procent achterbleef bij de inflatie van 2,3 procent. Ook de stijging van de zorg- en pensioenpremies verlaagden het beschikbaar inkomen. Mede door de inkomensdaling namen de consumptieve bestedingen van huishoudens af met 1,1 procent.

Het financieel vermogen van huishoudens steeg in 2011 met 52 miljard en kwam daarmee voor het eerst boven de 1 biljoen euro uit. Dit is inclusief de vermogens die beheerd worden door pensioenfondsen en levensverzekeraars. Door verkoop en koersverliezen hadden huishoudens 27 miljard euro minder aan aandelen. De beleggingsportefeuille van pensioenfondsen en levensverzekeraars steeg daarentegen met 77 miljard. Tegenover de gestegen financiële vorderingen stond een verhoging van de hypothecaire schuld van 13 miljard tot 665 miljard euro. Dit is de kleinste toename sinds 1995, wat is toe te schrijven aan de stagnatie van de huizenmarkt.

De nettowinst van niet-financiële vennootschappen nam in 2011 met 3,0 miljard toe tot 113 miljard euro. Desondanks zijn de winsten van niet-financiële bedrijven nog niet terug op het niveau van voor het uitbreken van de kredietcrisis. De toename in 2011 is vooral te danken aan betere prestaties in het binnenland. Het resultaat behaald met binnenlandse productieactiviteiten steeg met 5,8 miljard tot 87 miljard euro. De winst behaald door buitenlandse dochterondernemingen nam echter af met 3,9 miljard tot 39 miljard euro.

De nettowinst van financiële instellingen steeg in 2011 eveneens, met 4,7 miljard euro.
De winststijging komt bij financiële instellingen juist vooral doordat buitenlandse dochterondernemingen meer winst hebben gemaakt. Nederlandse banken (inclusief hun buitenlandse dochters) boekten 8,8 miljard euro winst, 0,4 miljard meer dan in 2010.
De winst van verzekeraars en pensioenfondsen steeg eveneens met 0,4 miljard, naar 5,1 miljard euro. Andere financiële instellingen, zoals beleggingsinstellingen en financiële holdings, zagen hun winst met 3,8 miljard stijgen tot 11,0 miljard euro.

 

Bron: CBS